Bijzondere cijfer 7 op Nederlandse kentekenplaten

Het cijfer zeven is tegenwoordig vooral bekend als dit cijfer vooraf wordt gegaan door de letters CR. Het cijfer wordt echter niet alleen als rugnummer gebruikt van wereldberoemde voetballers, maar komt ook veelvuldig voor op Nederlandse kentekenplaten. Dat klinkt niet heel raar, want ook de andere cijfers komen regelmatig voor. Er is echter iets bijzonders aan de hand met het cijfer zichtbaar op een kentekenplaat. In deze longread blogposting gaan we hier dieper op in en proberen we de herkomst van dit opmerkelijke feit te achterhalen. Kleine waarschuwing vooraf:  waarschijnlijk zal je na het lezen van dit artikel nooit meer achteloos het cijfer in het wild kunnen zien. Sorry alvast daarvoor!

Hoeveel zevens staan er op Nederlandse kentekens?

Elk Nederlands kenteken heeft minimaal 2 cijfers tot maximaal 4 cijfers. Kenteken.TV heeft wel eens bekeken hoeveel kentekens met een oneven of even cijfers als eerste cijfers zijn uitgerust.

Met een creatieve query is uit RDW opendata te achterhalen hoeveel zevens er op Nederlandse kentekens voorkomen. Normaal gezien heb je bij een cijferreeks van 1 tot 100 of 1 tot 1000  een kans van 19 % dat je een zeven in je getal hebt. Verhoudingsgewijs komen er echter veel zevens voor op Nederlandse kentekens.  In Nederlandse kentekens heb je namelijk 24 % kans dat je minimaal één cijfer 7 spot, en je hebt 2,2 % kans dat je minimaal 2 zevens spot op een kenteken:

Het Nederlandse kentekensysteem kent allerlei cijfer- en lettercombinaties, zogenaamde sidecodes genoemd. Deze sidecodes worden per voertuigsoort toegepast en doorlopen. Bij de verdeling van zevens over de 6 mogelijke posities waarop cijfers of letters kunnen voorkomen (positie van de streepjes slaan we over), heb je de grootste kans om een zeven te spotten in de eerste 2 posities:

Voor personenauto’s zijn we momenteel bij sidecode9 oftewel XX-999-X qua opbouw. In maar liefst 5 van de voorgaande 8 combinaties stond op positie 1 een cijfer. In 4 van de 8 stond stond op positie 2 een cijfer. Het is daarom niet vreemd dat je juist in deze eerste 2 posities veel cijfers tegenkomt.

Wat is er bijzonder aan cijfer zeven?

Als je tot zover bent gekomen in deze blogposting met lezen, dan heb ik je nog niet laten afhaken door cijfergeneuzel over een enkele cijfer. Je bent blijkbaar nog steeds nieuwsgierig wat er zo bijzonder is aan het cijfer zeven op de kentekenplaat. Zullen we daarom snel duidelijkheid geven over de bijzonderheid van het cijfer zeven?

Laten we eerst eens kijken naar het cijfer op de kentekenplaat. Zowel het cijfer op een geperste kentekenplaat waarover de zwarte folie op kentekenplaat wordt geplakt, als het cijfer 7 op luxe kentekenplaat van mijn leaseauto (die bij het nemen van de foto ook het resultaat van een ritje dijk Enkhuizen – Lelystad laat zien) is de bijzonderheid te zien:

Zie je het al ? Wellicht moet ik je verder helpen door je te richten op het juiste punt. Daarvoor moeten we even inzoomen, in dit geval met de digitale 3D versie van mijn kentekenplaat:

Oftewel, het bijzondere aan het cijfer 7 op Nederlandse kentekenplaten is dat aan de onderkant de poot een afwijking naar links heeft. Een vreemd artefact uit oude tijden of heeft dit enig nut? Daarvoor moeten we een flink aantal jaren terug in de geschiedenis, maar eerst wat meer uitleg over het maken van letters en cijfers.

Beetje achtergrond over maken van lettertypes

Bij het maken van zogenaamde fontfaces of lettertypes kan je als  grafisch letterontwerper allerlei keuzes maken. Deze keuzes zijn afhankelijk van je doel waarvoor de set gebruikt moet gaan worden.

Een belangrijke keuze is of je je lettertype wel of niet voorziet van schreven, internationaal serif genoemd. Oftewel, voetjes of dakjes aan de letters of cijfers. Het meest bekende voorbeeld is Times New Roman, het befaamde lettertype die iedereen wel eens in zijn tekstbewerkingsprogramma heeft gebruikt. Dit zou mijn kenteken met dit lettertype zijn:

De K, L, 7, 1 en H hebben allemaal tierelantijnen aan de uiteindes . Ogenschijnlijk opvallend is overigens dat de onderkant van het cijfer 7 geen voetje heeft. Van oudsher worden Serif lettertypes vooral in boeken, tijdschriften of kranten gebruikt. Het zou voor de lezer makkelijker maken om woorden sneller te lezen.

Het tegenovergestelde van Serif is Sans serif oftewel zonder schreef. Deze lettertypes hebben geen franjes aan de uiteindes en zijn van nature wat strakker qua design. Karakters gemaakt met Serif lettertypes worden vaak gebruikt voor digitale zaken. Zo is het veel gebruikte lettertype Arial een schreefloos lettertype:

Vaak is wel opvallend bij schreefloze lettertypes dat het cijfer 1 een soort van schreef of dakje heeft. Dit is echter nodig om mogelijke verwarring met letter i te vermijden.

Het vreemde is dat bij veel recent gebruikte lettertypes, zowel serif of sans-serif, het cijfer geen vreemde kromming naar links heeft. Enkele voorbeelden uit mijn eigen omgeving:

Geschiedenis van de Nederlandse kentekenkarakters

Periode 1896 – 1951

In het verkeer is het belangrijk om alle verkeersdeelnemers te sturen in hun gedragingen. Hiervoor worden al decennia verkeerstekens gebruikt in de vorm van borden, verkeerslichten en dergelijke. In een split second moet een verkeersdeelnemer de inhoud van een bord duidelijk hebben. Dit geldt ook voor plaatsnaamborden of kentekenplaten. Volgens mythische overlevering van de ontstaansgeschiedenis van rijnummers aka kentekens op automobielen zou vooral de politie te paard moeite hebben gehad om de steeds snellere eerste automobielen bij te houden. Om toch de eigenaar van het gevaar(te) aan te kunnen spreken of te beboeten was er een externe identificatiemiddel nodig. Zo’n identificatiemiddel moet op grotere afstand juist afgelezen worden om een eventuele boete in de juiste brievenbus te laten vallen. De werkelijke reden was dat de overheid de kentekens zag als een vorm van regelgeving en belastingheffing, want daarvoor al waren allerlei voertuigen voorzien van een rijnummer, zoals bijvoorbeeld stoomwalsen en paardentaxi’s.

In 1896 werd in Nederland de eerste rijnummers uitgegeven aan automobielen. Deze rijnummers werd in 1906 omgezet naar kentekens die per provincie werden uitgegeven.  De kentekencijfers en letters op deze kentekenplaten waren weinig tot niet gestandaardiseerd op landelijk niveau door een normalisatie instituut. Daar kwam later verandering in.

In de jaren vijftig  van de 20ste eeuw werd in Nederland overgestapt van uitgifte van provinciale kentekens naar centraal uitgegeven kentekens. Het eerste kenteken was ND-00-01.

De karakters op de kentekens uitgegeven in 1951 werden al voor de Tweede Wereldoorlog ontworpen. In 1937 verschijnt een onderzoeksrapport genaamd “Rapport betreffende een onderzoek over kleurencombinaties en indeeling van nummerborden“. In het rapport zijn diverse aanbevelingen te vinden naar aanleiding van proeven in Psycho-technisch Laboratorium der P.T.T. Dit rapport kan gezien worden als het allerbegin van de ontwikkeling van Nederlandse kentekenplaten zowel voor de kleurstelling van de platen, karakters als de gebruikte letter- en cijfercombinatie. De auteur van het rapport is mevrouw dr. R.A. Biegel:

In het onderzoek van mevrouw Biegel staan dus interessante aanbevelingen over kleurcombinaties, maar in een toekomstige blogposting kom ik daar verder op terug.

Een directe aanbeveling uit dit onderzoek ten aanzien van de leesbaarheid van kentekens was het volgende:

Deze aanbeveling was uiteindelijk in licht gewijzigde vorm ook de basis voor de centraal uitgegeven kentekens zoals deze pas in 1951 door het net opgerichte RDW werden verstrekt:

De cijfer- en lettervormen die in het onderzoek gebruikt werden, zijn op details na gelijk aan de kentekenbelettering vanaf 1951. Over de cijfers en letters staat in het onderzoek: “Er werd uitsluitend geëxperimenteerd met cijfer- en lettervormen, ontworpen door den heer J. B. Smits, Directeur voor het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs te Amsterdam”.

Duidelijk in deze versie is dat afgezien van cijfer 1 geen enkele letter of cijfer een schreef heeft, ook niet cijfer 7. De bijzondere zeven is dus later bedacht/ontworpen dan 1937.

Periode 1951 – 2000

In 1944 werd een commissie samengesteld die voorstellen moet doen standaard belettering van straatnaambordjes, huisnummers, verkeersborden en andere publieke bebording. In de commissie hebben een aantal personen zitting:

  • Ir. H.G.J. Schelling, architect NV. Nederlandsche Spoorwegen, Utrecht (voorzitter)
  • Prof. Dr. G.W. Ovink, estethisch adviseur Lettergieterij “Amsterdam” v/h Tetterode (secretaris)
  • S.L. Hartz, grafisch ontwerper Joh.Enschede, Haarlem
  • Jan van Krimpen, typograaf, Joh. Enschede, Haarlem
  • H.C. Warmelink, notaris and type specialist, Amsterdam
  • Prof. Ir. C. Wegener Sleeswijk, architect Amsterdam

Dit waren allemaal vooraanstaande typografen. Zo hebben o.a. Prof. Dr. G.W. Ovink en Jan van Krimpen mede aan de wieg gestaan van de oprichting van de International Typography Union in 1956. Tegenwoordig is dit de organisatie ATypI.

De genoemde commissie diende alternatieve lettertypes te ontwikkelen in plaats van de Duitse standaard DIN 1451. Pas in 1962, een flink aantal jaar na de oorlog hadden ze genoeg overeenstemming bereikt om aan het Nederlandse Normalisatie Instituut 2 lettertypes voor te stellen:  1 met schreef en 1 zonder schreef (in 4 varianten). Deze versies werden vastgelegd als NEN 3225 norm. In de Nieuwe Schiedamsche Courant uit 1962 wordt over deze “bordjesletters” geschreven met in het artikel afbeelding van de verschillende types. Ontwerper Jan van Krimpen maakt dit niet meer mee, want hij is in 1958 al overleden.

De Romein, oftewel de versie met schreef, was met name ontwikkeld door Jan van Krimpen. Deze typograaf wordt gezien als 1 van de belangrijkste van Nederland in de 20e eeuw met veel ontwerpen. Hij was eerder o.a. verantwoordelijk geweest voor het ontwerpen van postzegels met cijferaanduiding voor de waarde in 1946:

Opvallend detail van 7 cent postzegel is het uiteinde van dit cijfer! De andere ontwerper van de NEN 3225 versie was Sem Hartz, de directe typograaf collega van Jan van Krimpen bij Joh. Enschede. De schreefloze versie van NEN 3225 norm bevatte ook de zeven met voetje (nagemaakt met een TrueType versie):

De oorsprong van het zeven met het voetje is dus ergens in deze periode ontstaan. Uiteindelijk is NEN 3225 niet zoals in Duitsland met DIN 1451 bijna niet als standaardletter gebruikt. In Amsterdam is NEN 3225 lange tijd gebruikt voor de straatnaambordjes. In een podcast van VPRO reeks Ongesigneerd wordt bij NEN 3225 en Jan van Krimpen stilgestaan.

In de jaren zestig nam het gemotoriseerde verkeer verder toe. Helaas ging dat ook gepaard met allerlei ernstige ongevallen met dodelijke afloop. De overheid kon en mocht dit niet laten gebeuren en verlangde daarom allerlei aanpassingen in de inrichting van het wegennetwerk in Nederland waarmee zowel meer verkeer als de verkeersveiligheid verbeterd werd. Onderdeel van deze veiligere inrichting was de zichtbaarheid van verkeersdeelnemers en wegmeubilair. Eind jaren zestig gaf Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid 2 voor kentekens belangrijke rapporten uit.  In de ene werd ingegaan op de zichtbaarheid van voertuigen door middel van retroflectie en de ander ging over Verkeerstekens op borden, vormgeving en toepassing: Letters, Cijfers, Leestekens. In dit laatste rapport duikt de naam Prof. Dr. G.W. Ovink op in het voorwoord:

In hetzelfde voorwoord staat ook een voorbeeld vergelijk tussen oude verkeersborden en de nieuwe verkeersborden volgens NEN 3381:

En toevalligerwijs staan daarbij precies de zevens met voetje erop in het bord met snelheidslimiet 70! De basis voor dit lettertype waren dus de alfabetseries van de Amerikaanse Bureau of Public Roads. De 1996 editie van deze series zijn nog online te vinden. De cijfers van Series D zien er als volgt uit.

De zeven heeft geen afwijking naar links aan de onderzijde. Deze series werden dus overwogen om in Nederland te adopteren, ondanks de al eerder geïntroduceerde NEN 3225 series.

Blijkbaar vond Prof. Dr. G.W. Ovink als esthetisch adviseur dit geen goed idee, want hij stuurt in 1965 naar het Nederlands Normalisatie Instituut een mededeling. De inhoud hiervan is mij onbekend, maar het lijkt erop dat de professor allerlei bezwaren heeft geuit. Naar aanleiding van dit commentaar krijgt de professor het verzoek van de Normcommissie Verkeerstekens en in opdracht van Ministerie van Verkeer en Waterstaat de opdracht een gewijzigde uitvoering te ontwerpen:

In de bijlagen van het rapport van de verkeerstekens staan de varianten op basis van Amerikaanse B.P.R. types, aangepast onder leiding van Prof. Dr. G.W. Ovink:

De zeven met de kromming komt hier net zoals in NEN 3225 weer terug.

Deze ontwerpen vormen later ook de basis van voor de cijfers en letters op de Nederlandse wegwijzerborden, waarvan destijds ANWB de uitgifte regelde. Daarom wordt dit lettertype ook wel RWS-Cc / RWS-Ee / ANWB-Cc / ANWB-Ee genoemd.  Op de site Wegenwiki staat hier meer over geschreven.

Het lettertype schijnt ook deels geadopteerd te zijn voor seinbordjes van de Nederlandse Spoorwegen. Ook wordt het lettertype onder de naam Ovink-E of E-alfabet Ovink gebruikt bij verkeerstekens voor de scheepvaart:

In het document staan nog meer afbeeldingen met een zeven met buiging, maar vreemd genoeg staat er in dit zelfde document ook een enkele zeven met rechte stok:

In de jaren negentig wordt het lettertype voor de wegwijzerborden aangepast door typograaf Gerard Unger . Dit lettertype wordt ook wel bekend onder de naam RDW-Uu of ANWB-Uu. Aangezien dhr. Unger als basis de bestaande letters en cijfers moest analyseren, heb ik de gok gewaagd en hem om mogelijke verklaring van de buiging van de 7 gevraagd. In zijn antwoord gaf hij extra inzicht in de ontstaansgeschiedenis van de letters en cijfers van Prof. Dr. G.W. Ovink:

De letters en cijfers voor de Nederlandse kentekens zijn weliswaar bij Prof. Ovink terecht gekomen, maar die kon niet tekenen. De letters zijn gemaakt door L.H.D. (Leo) Smit, een medewerker van de Lettergieterij Amsterdam.
Die buiging onderaan de 7 is puur esthetisch, voor de mooiïgheid, niets anders.

In de jaren zeventig wordt bekend, mede naar aanleiding van de rapporten van SWOV, dat de blauwe kentekenplaten met witte letters vervangen gaan worden door gele retroflecterende kentekenplaten met zwarte letters. Voor de letters worden de ontwerpen van Prof. Dr. G.W. Ovink gebruikt met daarin de esthetische zeven.

Periode 2000 – nu

In de jaren negenig van de vorige eeuw waren er een aantal problemen met de systematiek van uitgifte en inname kentekenplaten. Onder de noemer Gecontroleerde Afgifte en Inname Kentekenplaten oftewel GAIK ontwikkelde RDW een aantal nieuwe procedures rondom het persen, drukken, uitgeven en weer innemen van kentekenplaten . Op de kentekens komt een blauwe EU-band met landenindicatie en er komt een zwarte rand rondom kentekenplaat voor betere contrastwerking. Hierdoor worden de letters en cijfers op het kenteken ook iets kleiner.

De letters en cijfers worden ook lichtelijk aangepast. Er komt een iets versmald ontwerp, waar ook meteen een aantal maatregelen in worden verwerkt om fraude tegen te gaan: met onderscheidende inkepingen, dwarsligger-hoogteverschillen en diagonaal-aansluitingen in letters die op elkaar lijken, wordt geprobeerd te voorkomen dat een letter in een andere letter kan worden veranderd met een zwarte viltstift of tape. Voor het ontwerp van GAIK-lettertype worden de ontwerpen gemaakt door firma (en recentelijk in 2018 tot Hofleverancier bestempelde) Knieriem uit Goes. Van origine is Knieriem ‘mallenmaker’: ze maken de mallen die bijna alle kentekenplaatfabrikanten gebruiken om de letters te stansen. Bij het ontwerpheeft de nadruk gelegen op een paar criteria: zichtbaarheid, onderscheidbaarheid, flitsbaarheid.

Bij deze “facelift” is de typografische zeven behouden gebleven. In de officiële Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 staat in bijlage 7a alle maten voor de kunststof letters en cijfers benoemd en hierin is duidelijk de esthetische buiging van cijfer 7 te zien:

En hierdoor staat er op de Nederlandse kentekens nog steeds een bijzondere cijfer zeven die zijn oorsprong dik 50 jaar geleden heeft en een overblijfsel is van een verzameling typografische grootheden uit de Nederlandse geschiedenis. Aangezien totnutoe de ontwikkelde ontwerpen voor kentekens tussen 20 en 25 jaar meegaan en de huidige reeks in 2018 ongeveer 20 jaar oud is, is het niet onrealistisch dat we binnen 5 jaar weer een nieuw ontwerp kunnen krijgen. Of de zeven met het esthetische bochtje deze evolutie zal overleven, zullen we moeten afwachten.

Evolutie van Nederlandse cijfers op kentekenplaten

Slotwoord

Voor dit onderzoek naar de historie van kentekenletters en – cijfers op Nederlandse kentekenplaten ben ik veel dank verschuldigd aan Arthur van LeFly Fonts . Naast het feit dat hij digitale versies van allerlei kentekenfonts heeft gemaakt, wist hij ook samen met mij enkele interessante documenten te achterhalen over de geschiedenis. Daarnaast wil ik Gerard Unger en Marcel van der Broek van nummerplaten.info bedanken voor hun bijdrages. Daarnaast blijkt een gebruiker met nickname Kaaiman op Wegenforum degene te zijn die de oorspronkelijke scan van het rapport uit 1937 heeft gemaakt.

Mocht iemand nog meer informatie hebben over de ontstaansgeschiedenis van het kentekenalfabet op de Nederlandse kentekenplaten dan hoor ik het graag.

 

 

3 Replies to “Bijzondere cijfer 7 op Nederlandse kentekenplaten”

  1. Inderdaad een interessant artikel.
    Ik beschik zelf over eigen kentekenplaten waaronder één motorplaat met daarop de drie letters van mijn namen en mijn geboortejaar.
    Ik ben zelf in 1987 geboren, dus ook op deze plaat komt de bijzondere cijfer 7 voor.
    Tevens is de plaat ook voorzien van LUXE opgelegde letters.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *